Voeding & Dieet

Vezels zijn de nieuwe eiwitten, en jij eet te weinig

· 5 min leestijd

Jarenlang draaide alle aandacht in de voedingswereld om eiwitten. Elke supermarkt heeft inmiddels een compleet schap met proteïnerepen, proteïneyoghurt en zelfs proteïnepasta. Onderzoek van Food & Flavour Outlook liet vorig jaar nog zien dat bijna de helft van de consumenten wereldwijd meer eiwitrijke producten wilde, en vezels stonden toen nauwelijks op de radar. Dat beeld is nu compleet gedraaid. Sinds begin dit jaar verschuift de aandacht razendsnel naar iets veel minder sexy: vezels. Voedingsdeskundigen noemen 2026 het jaar van fibermaxxing, het bewust maximaliseren van je vezelinname. Het klinkt als een trend die vanzelf weer overwaait, maar de cijfers erachter zijn hardnekkig. Driekwart van de Nederlanders haalt de aanbevolen hoeveelheid vezels niet, en de meesten weten niet eens hoeveel dat eigenlijk zou moeten zijn.

Waarom vezels opeens de nieuwe eiwitten zijn

Vezels verteren niet in je dunne darm, maar reizen door naar je dikke darm. Daar voeden ze de bacteriën die bepalen hoe je lichaam op eten reageert. Die bacteriën zetten vezels om in korteketenvetzuren zoals butyraat, een stof die ontstekingen remt en je darmwand gezond houdt. Vezels vertragen daarnaast de opname van suikers, waardoor je bloedsuiker minder sterk piekt, en ze houden je langer vol dan eiwitten doen.

Een deel van de hype komt uit een onverwachte hoek: het groeiend aantal mensen dat afslankmedicijnen zoals Ozempic gebruikt. Die medicijnen vertragen de maaglediging en onderdrukken de eetlust flink, waardoor gebruikers vaak te weinig vezelrijke producten binnenkrijgen terwijl juist zij baat hebben bij een goed werkende spijsvertering. Vezels zijn daardoor niet alleen een trend voor sporters die op zoek zijn naar een vol gevoel, maar ook een medisch aandachtspunt geworden.

Drie op de vier Nederlanders missen de norm

Volgens het Voedingscentrum hebben volwassen vrouwen minstens 25 gram vezels per dag nodig en mannen minimaal 30 gram. In de praktijk komt de gemiddelde Nederlander niet verder dan 15 tot 23 gram. Slechts 16 procent van de mensen weet überhaupt hoeveel vezels het Voedingscentrum aanbeveelt, wat verklaart waarom het tekort al jaren even hardnekkig blijft.

Dat tekort is niet zomaar een detail. Te weinig vezels hangt samen met een hoger risico op darmklachten, een minder stabiele bloedsuiker en een hongergevoel dat sneller terugkeert na de maaltijd. Precies de dingen waar de fibermaxxing-trend een antwoord op probeert te geven.

Je ontbijt en lunch zijn de grootste boosdoeners

De vezelkloof ontstaat niet bij het avondeten, waar de meeste mensen nog wel wat groenten op hun bord scheppen. Het probleem zit aan het begin van de dag. Het ontbijt bestaat bij veel Nederlanders uit geraffineerde graanproducten zoals witbrood en cornflakes, waar de vezelrijke schil en kiem al uit zijn gehaald. De lunch is vaak nog broodgecentreerder, met weinig volkoren varianten en bijna geen groente of peulvruchten erbij.

Dat laatste is jammer, want peulvruchten zitten niet alleen vol eiwit, ze horen ook tot de vezelrijkste producten die er zijn. Een half blikje kikkererwten door je lunchsalade levert al snel 6 tot 7 gram vezels op, meer dan een compleet bord witte pasta. Ook linzen, bruine bonen en zilvervliesrijst zijn makkelijke manieren om je lunch of avondeten in één klap vezelrijker te maken zonder dat je smaak inlevert.

Wanneer fibermaxxing juist averechts werkt

De keerzijde van elke trend is overdrijving, en fibermaxxing is daarop geen uitzondering. Volgens onderzoekers van UCLA Health jagen sommige influencers hun volgers naar 50 tot 70 gram vezels per dag, ver voorbij de wetenschappelijk onderbouwde norm van 25 tot 30 gram. Dat kan een opgeblazen gevoel, buikpijn en een verstoorde vochtbalans veroorzaken, zeker als je van de ene op de andere dag overschakelt zonder er genoeg water bij te drinken.

Belangrijker dan het totale aantal grammen is bovendien de diversiteit van je vezelbronnen. Havermout, appels, linzen en volkorenbrood leveren allemaal andere soorten vezels op, die elk weer een andere groep darmbacteriën voeden. Wie alleen op één vezelrijk product jaagt om een hoog getal te halen, mist die variatie juist, en daarmee een groot deel van het gezondheidsvoordeel.

Dit is hoe je morgen wél de norm haalt

Je hoeft niet meteen op fibermaxxing-niveau te gaan zitten om vooruitgang te boeken. Een paar simpele aanpassingen brengen je al een heel eind richting de 25 tot 30 gram per dag:

  • Vervang witbrood en cornflakes bij het ontbijt door volkoren varianten of havermout
  • Voeg een handvol peulvruchten toe aan je lunchsalade of soep
  • Eet fruit met schil waar dat kan, zoals een appel of peer, in plaats van het sap
  • Bouw je inname geleidelijk op over een paar weken en drink er extra water bij
  • Combineer vezelrijke producten met gefermenteerd eten zoals yoghurt of zuurkool voor een extra boost voor je darmflora

Fibermaxxing hoeft geen hype te zijn die je over een paar maanden weer vergeten bent. De onderliggende boodschap, dat de meeste Nederlanders al jaren te weinig vezels binnenkrijgen, is namelijk allesbehalve nieuws. Wat wel nieuw is: nu er eindelijk aandacht voor is, wordt het een stuk makkelijker om er ook echt iets aan te doen.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.