Voeding & Dieet

Nieuwe voedingsnormen laten het vetpercentage los

· 5 min leestijd

Tel jij nog je vetpercentage bij, of hou je krampachtig je koolhydraten boven de 40 energieprocent? Zet die rekenmachine dan maar even weg. Op 7 juli 2026 stuurde de Gezondheidsraad een nieuw advies naar de minister van Volksgezondheid, en dat advies gooit een paar vertrouwde vuistregels overboord. De harde bovengrens voor vet bij overgewicht is geschrapt. Het minimum van 40 energieprocent koolhydraten ook. Wat overblijft is een boodschap die veel minder makkelijk in een app past: het gaat niet om het getal, maar om wat er op je bord ligt.

Het vetpercentage verdwijnt als harde grens

Jarenlang gold: bij overgewicht mag je vetinname niet boven de 35 energieprocent uitkomen. Die grens is er nu af. De Gezondheidsraad adviseert voor iedereen vanaf vier jaar een bandbreedte van 20 tot 40 energieprocent vet, ongeacht lichaamsgewicht. Voor peuters van één tot drie jaar ligt die marge iets hoger, tussen 25 en 40 energieprocent, en zuigelingen van zes tot elf maanden zitten op 40 energieprocent.

De reden voor de versoepeling is simpel: er is onvoldoende bewijs dat een specifiek vetpercentage op zichzelf bepaalt of je aankomt of afvalt. Koolhydraatarm of vetarm eten maakt minder uit dan je denkt, en blijkbaar geldt dat nu ook voor de officiële richtlijnen zelf. Wat wel telt: het type vet dat je binnenkrijgt.

Verzadigd vet blijft een aandachtspunt, maar zonder harde grens

Waar de raad wel streng in blijft, is verzadigd vet. De oude norm van minder dan 10 energieprocent verzadigd vet geldt niet langer als eindpunt, maar als praktische tussenstap. Het echte advies is: zo min mogelijk verzadigd en transvet, binnen een voedingspatroon dat verder gezond is. Boter, worst en koekjes leveren dat verzadigde vet vooral, terwijl olijfolie, noten en vette vis onverzadigd vet aandragen dat de raad juist wil zien.

Omega-6 omhoog, omega-3 omlaag, en dat is expres

Een opvallende wijziging zit in de vetzuren zelf. De norm voor linolzuur, een omega-6-vetzuur, gaat van 2 naar 4 energieprocent. De norm voor alfa-linoleenzuur, het plantaardige omega-3-vetzuur ALA, halveert juist van 1 naar 0,5 energieprocent. Dat lijkt in te druisen tegen het idee dat omega-3 altijd beter is dan omega-6, maar de raad baseert zich op recentere studies naar hart- en vaatziekten waarin de verhouding tussen beide vetzuren minder uitmaakt dan lang werd aangenomen. Voor jou in de praktijk: zonnebloemolie en noten met omega-6 hoef je niet te mijden, zolang je ook vette vis of lijnzaad met omega-3 op het menu houdt.

Koolhydraten krijgen geen getal meer, wel een boodschappenlijst

De grootste breuk met het verleden zit bij koolhydraten. Er komt geen vervangend percentage voor de oude ondergrens van 40 energieprocent. De Gezondheidsraad stelt dat de koolhydraatbehoefte te veel afhangt van hoeveel eiwit en vet iemand eet, en dat er te weinig bewijs is om daar één los getal aan te hangen. In plaats daarvan krijg je een concrete keuzelijst: volkoren graanproducten, groente, fruit, peulvruchten en zuivel. Vezels zijn de nieuwe eiwitten, en jij eet te weinig, en deze koerswijziging onderstreept dat nog eens. De vezelnorm zelf is trouwens ook veranderd: die is niet langer een vast minimum, maar een bandbreedte. Voor vrije suikers geldt voortaan het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om die zo laag mogelijk te houden, vanwege het verband met overgewicht en tandbederf.

Waarom de raad nu breekt met de oude EFSA-cijfers

Opvallend is ook waar de Gezondheidsraad zijn nieuwe getallen vandaan haalt. De commissie voeding vond de bestaande normen van de EFSA, de Europese voedselveiligheidsautoriteit, op onderdelen achterhaald en koos ervoor om ze niet klakkeloos over te nemen. In plaats daarvan combineert het advies inzichten van de EFSA met die van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Nordic Nutrition Recommendations en het Britse Scientific Advisory Committee on Nutrition. Die vier bronnen zijn het onderling niet altijd eens, en de Nederlandse raad koos steeds de meest actuele wetenschappelijke onderbouwing. Dat verklaart ook waarom sommige cijfers, zoals de omega-6-norm, juist omhoog gaan terwijl andere, zoals de omega-3-norm, omlaag gaan: het is geen eenzijdige aanscherping, maar een puzzel van recentere studies.

Waarom dit een patroon is, geen rekensom

De rode draad door het hele advies is een omslag van tellen naar kiezen. Waar voedingsadvies decennialang draaide om exacte percentages vet, koolhydraten en eiwit, redeneert de Gezondheidsraad nu vanuit het totale eetpatroon. Dat sluit aan bij wat onderzoek naar diëten als het mediterrane steeds laat zien: mediterraan eten verlaagt je sterfterisico met 23 procent, niet door een specifiek vet- of koolhydraatpercentage, maar door de combinatie van olijfolie, vis, groente, peulvruchten en weinig bewerkt voedsel. De raad erkent daarmee eigenlijk wat diëtisten al langer zeggen: een gezond bord is meer dan de som van zijn macronutriënten.

Waar je in de supermarkt nu op moet letten

Concreet betekent dit advies dat je macro-app minder houvast biedt dan je misschien gewend bent. Belangrijker is waar je vet, je koolhydraten en je vezels vandaan haalt. Kies vaker volkoren brood en pasta boven witte varianten, vervang een deel van je vlees door peulvruchten, en laat suikerhoudende dranken en snoep zoveel mogelijk staan. Verzadigd vet uit bewerkt voedsel bouw je af, onverzadigd vet uit vis, noten en olijfolie hou je juist aan. Het is minder een dieet met harde regels en meer een boodschappenlijst die je week na week aanhoudt.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.