Voeding & Dieet

Stress-eters vallen het minst af van Ozempic

· 5 min leestijd

Wie aan een Ozempic-pen begint, hoopt op zo'n verhaal van een vriend van een vriend: vijftien kilo eraf zonder strijd, broek twee maten kleiner. Soms gebeurt het. Soms ook helemaal niet, en niemand wist precies waarom de ene patiënt al na drie maanden bingo riep en de andere na een jaar weer terug was bij af. Een Japans onderzoeksteam dacht dat het misschien helemaal niet om de prik zelf gaat, maar om hoe en waarom iemand teveel eet voordat hij ermee begint. Het lijkt erop dat ze gelijk hebben.

Wat de onderzoekers eigenlijk maten

Endocrinologen van de universiteit van Kyoto volgden 92 mensen met diabetes type 2 die net startten met een GLP-1-prik, de stofgroep waar Ozempic, Wegovy en Mounjaro onder vallen. Voor de eerste injectie kreeg iedereen een korte vragenlijst over eetgedrag. Daarin staat bijvoorbeeld of je eet omdat je iets ruikt, ziet liggen of voorgeschoteld krijgt (externe trigger) of omdat je je rot voelt, verdrietig bent, gestrest of verveeld (emotionele trigger).

Daarna kreeg iedereen elke week of twee weken een prik, en werden gewicht, vetmassa en HbA1c (een maat voor de bloedsuikerspiegel over drie maanden) twaalf maanden lang gemeten. Het volledige onderzoek verscheen in Frontiers in Clinical Diabetes and Healthcare.

Twee soorten overeters, twee uitkomsten

De externe eters vielen na een jaar gemiddeld zo'n 7 procent van hun lichaamsgewicht af, hun bloedsuikerspiegel daalde fors. De emotionele eters? Die zaten na twaalf maanden bijna op het uitgangspunt. Geen statistisch verschil meer met hun startgewicht en weinig effect op de glucose. Dezelfde dosering, dezelfde follow-up, dezelfde arts, alleen het brein erachter was anders bekabeld.

Hoe hoger de externe score voor de eerste prik, hoe meer kilo's er na twaalf maanden weg waren. De emotionele score voorspelde precies niets.

Waarom de prik wel het zicht maar niet de stress raakt

GLP-1 doet ruwweg twee dingen. Het remt de maaglediging, zodat je sneller vol zit, en het dempt het beloningssysteem dat aanslaat bij de geur of aanblik van eten. Zie je een burger door het raam van een snackbar liggen, en heb je een prik op? Dan komt dat signaal nauwelijks bij je hersenen aan. Daar komt zonder twijfel de helft van die zeven procent gewichtsverlies vandaan.

Maar GLP-1 doet weinig met cortisol, met angst, met dat ene gevoel om half elf 's avonds dat je hand naar de chocoladelade leidt. Stress-eten gebeurt grotendeels buiten het hongersysteem om, en speelt zich af in een ander deel van het brein. Een prik die de eetlust dimt, dimt de stress niet. Daarom verdwijnt het effect ook zo snel: na drie maanden eten de emotionele eters al weer net zoveel uit verdriet als ervoor.

Drie maanden waarin iedereen het anders deed

Een leuk detail uit het onderzoek: in de eerste drie maanden gedroeg iedereen zich anders. Zowel de externe als de emotionele eters scoorden lager op emotioneel en extern eten, en hoger op bewust gecontroleerd eten. Een prik en goede voornemens lopen vaak hand in hand, er gebeurt iets nieuws, dus je let beter op.

Maar in de zes maanden daarna sloop het oude gedrag terug. Bij de emotionele eters volledig. Bij de externe eters bleef een deel van het effect hangen, vermoedelijk omdat hun overeet-trigger (een lekker uitziende koekjeswinkel) door de prik zélf werd geblokkeerd. Stress-triggers gingen gewoon door als vanouds.

Wat dit zegt over jou zonder pen

Het Japanse team adviseert nu om vóór de eerste prik te meten welk type eter iemand is. Stress-eters hebben er weinig aan, zij kunnen beter eerst psychologische hulp krijgen voor ze aan de medicatie beginnen. Externe eters profiteren wel.

Voor wie geen prik overweegt is er een ander inzicht. Veel klassieke afslank-adviezen mikken op het externe systeem: kleinere borden, koekjes uit het zicht, geen voorraad in huis. Voor externe eters werkt dat. Voor stress-eters niet, of slechts heel kort. Die hebben aan een opgeruimde keukenkast even weinig als aan een GLP-1-prik. Beweging en betere mentale gewoontes doen voor die groep mogelijk meer dan welk eetplan dan ook.

Het is ook waarom een algemene afslank-pen geen wondermiddel wordt. Een ruwe schatting: 30 tot 40 procent van de mensen die naar de huisarts gaat met overgewicht eet vooral uit emotie en niet uit honger. Bij die groep zou een dure prik dus weinig opleveren.

Wat je morgen anders doet aan tafel

Pak een dag, vier eetmomenten, en houd kort bij waarom je begon te eten. Was er een externe trigger (iemand zette iets neer, je liep een bakkerij voorbij, de collega haalde stroopwafels), of een interne (boos, verdrietig, verveeld, moe)? Tel mee. Wie aan het eind van de week vooral interne triggers ziet, weet dat de gangbare adviezen (minder bewerkte voeding, meer eiwit, geen koekjes meer kopen) het probleem niet raken. Voor die persoon ligt de winst ergens anders: bij slaap, beweging, ademhalingsoefeningen of een gesprek met iemand die naar het waarom kijkt.

Wie vooral op externe triggers reageert: laat de koekjeskast leeg. Dat scheelt je per saldo zo'n zeven procent.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.