Voeding & Dieet

Een ei per dag scheelt een kwart alzheimerrisico

· 5 min leestijd

Vorige week verscheen er een onderzoek dat het ei terug op de kaart zet, en dan vooral in de discussie over je hersenen. Wie als 65-plusser bijna dagelijks een ei eet, blijkt zo'n 27 procent minder kans te hebben op alzheimer dan iemand die ze maar een paar keer per maand op het bord krijgt. Niet dramatisch genoeg voor sensatiekoppen, wel groot genoeg om er even bij stil te staan.

Wat het onderzoek precies vond

De studie verscheen in The Journal of Nutrition en kwam uit de befaamde Adventist Health Study-2, een cohort van 39.498 mensen van 65 jaar en ouder dat door Loma Linda University werd gevolgd en gekoppeld aan Medicare-data. De onderzoekers vergeleken hoe vaak deelnemers eieren aten met wie er in de jaren erna een alzheimerdiagnose kreeg. Dat leverde een keurige dosis-responscurve op.

  • 1 tot 3 keer per maand een ei: 17 procent lager risico
  • 2 tot 4 keer per week: 20 procent lager risico
  • 5 keer per week of vaker: 27 procent lager risico

Het patroon is geen lineair sprookje van "hoe meer hoe beter zonder grens", maar wel een duidelijke lijn die overeind blijft hoe je de cijfers ook draait: zelfs sporadische ei-eters scoorden beter dan de groep die ze nooit aanraakte. De onderzoekers benadrukken zelf dat het observationeel werk is. Eieren voorkomen dus geen alzheimer, ze zijn alleen consistent geassocieerd met een lager risico. Dat is een belangrijk onderscheid dat in mediasoundbites graag wegvalt.

Waarom uitgerekend dat ei

Het mooie aan deze studie is dat de auteurs ook in de motorkap keken. Toen ze inzoomden op welke voedingsstof het effect droeg, kwam choline als hoofdverdachte naar voren. Ongeveer 39 procent van het beschermende effect bleek statistisch te lopen via de choline-inname uit eieren. De rest komt waarschijnlijk uit de stapel andere stoffen die in een eigeel zitten: omega-3, luteïne, zeaxanthine, vitamine B12, foliumzuur en een flinke portie fosfolipiden.

Choline is geen modieus poedertje, maar een bouwsteen voor acetylcholine, de neurotransmitter die je nodig hebt om te onthouden en op scherp te blijven. Het zit ook in celmembranen via fosfatidylcholine. Bij alzheimer raken juist die acetylcholine-systemen aangetast, dus de biologische logica klopt voor één keer met het epidemiologische plaatje. Het probleem is dat minder dan 10 procent van de westerse bevolking voldoende choline binnenkrijgt via voeding. Een ei levert ongeveer 150 milligram, en dat is meer dan een derde van wat een volwassen vrouw per dag nodig heeft.

Hoort het ei in de Schijf van Vijf

Het Voedingscentrum is in Nederland traditioneel voorzichtig over eieren. Hun huidige advies hangt rond twee tot drie eieren per week voor de meeste mensen, vooral vanuit zorgen over cholesterol. Die voorzichtigheid is in de afgelopen jaren wel zachter geworden, omdat het idee dat eieren je LDL-cholesterol stevig opjagen voor veruit de meeste mensen niet blijkt te kloppen.

Dat Nederlandse cijfer staat dus op gespannen voet met deze nieuwe data. Vijf eieren per week zit ruim boven het lopende advies, terwijl juist dat aantal de grootste afname in alzheimerrisico liet zien. Het is nog te vroeg om te verwachten dat het Voedingscentrum hier morgen op draait, want voor zo'n richtlijn willen ze meerdere studies, klinische onderbouwing en een herziening van de hele eiwitparagraaf. Het past wel in dezelfde lijn als de recente verschuiving die het kaasadvies halveerde: voedingsadvies kruipt langzaam, maar het kruipt wel.

Hoe verhoudt dit zich tot ander breinvoer

Eieren zijn niet het eerste voedingsmiddel met een dementiekorting op het etiket. Eerder dit jaar lieten we zien hoe volvette kaas in een grote cohortstudie zo'n 13 procent risicovermindering opleverde. De cijfers van dit ei-onderzoek liggen daar een flinke marge boven, maar de twee zijn niet stapelbaar als een soort puntenpaspoort. Wie alleen kaas en eieren eet kruipt niet onder elke ouderdomsziekte uit. Wat de onderzoekers wel zien, is dat hele eetpatronen die rijk zijn aan minimaal bewerkte eiwitten consistent beter scoren op cognitieve uitkomsten dan patronen die leunen op suiker en geraffineerde koolhydraten.

De bredere les: brein-bescherming zit zelden in één superfood, maar in keuzes die je honderden keren per jaar maakt. Een ei voor het ontbijt, een handvol noten, vis op woensdag, en wat minder roomboterkoeken. Pakt iemand dan ook elke dag een blokje kaas of een uurtje fictie op de bank, dan tikt de teller een paar procent verder weg.

Voor wie het nu al telt

De studie is gedaan bij 65-plussers, dus de directe vertaling naar dertigers en veertigers is opvallend lastig. Toch is choline-inname iets dat decennia opbouwt. Bij vrouwen die zwanger zijn, vegans en mensen op een streng plantaardig dieet zit de inname vaak ver onder de aanbevolen 425 tot 550 milligram per dag. Voor die groepen is dit signaal het meest praktisch: zonder eieren is choline structureel moeilijker te halen, en de plantaardige alternatieven (sojabonen, broccoli, quinoa) leveren minder per portie.

Voor de gemiddelde sportende Nederlander die toch al een paar eieren per week eet, verandert er weinig. Wel is het een mooie reminder dat het ei, na een decennium met een cholesterolstigma op het etiket, in de meeste recente onderzoeken juist als netto-positief uit de bus komt. Met als prettige bijvangst: het is goedkoop, makkelijk te bereiden en levert ongeveer 6 gram complete eiwitten per stuk.

Wat je morgen anders zou doen

Niet meteen drie eieren bij het ontbijt forceren als je er nu nooit een eet, dat heeft weinig zin. Wel kan het lonen om eieren standaard op het boodschappenlijstje te zetten en ze als vaste eiwitbron in te roosteren naast vis, kip en peulvruchten. Twee tot vier eieren per week zit veilig binnen elk huidig advies, en zit volgens deze nieuwe data al midden in de zone waar de cognitieve voordelen flink oplopen. Wie ouder is dan 65 en geen specifieke cholesterolproblematiek heeft, kan met huisarts of diëtist bespreken of daar nog wat ruimte boven zit. Voor de rest geldt: het ei is eindelijk weer gewoon eten in plaats van moreel dilemma.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.