Body & Workout

Eén krachttraining-regel telt, de rest amper

· 4 min leestijd

De American College of Sports Medicine, oftewel het wetenschappelijke clubje dat de standaard zet voor sportadvies, heeft net z'n krachttraining-richtlijnen herschreven. De vorige versie was uit 2009. In de zeventien jaar tussen die twee versies zijn er tienduizenden studies bijgekomen, en TikTok heeft op zijn eentje meer trainingstheorieën verspreid dan een hele generatie sportscholen voor elkaar kreeg. De nieuwe richtlijn, een umbrella review van 137 systematische reviews met meer dan 30.000 deelnemers, is opvallend kort op de feiten. Bijna geen regel die je kent doet er echt toe.

Wel of niet trainen, dat is het hele verhaal. Of je nu met een halter, een weerstandsband of je eigen lichaamsgewicht werkt, of je nu twee sets doet of vijf, of je nu tot het uiterste gaat of stopt met drie reps in de tank: het verschil tussen die varianten verdwijnt in de ruis. Het verschil tussen iets doen en niets doen is de enige factor die er statistisch consistent uitspringt.

Welke regels sneuvelen volgens het onderzoek

De lijst is langer dan je gym-bro je laat geloven. Trainen tot spierfalen blijkt geen meetbaar voordeel te geven. Vrije gewichten versus machines: nauwelijks verschil. Periodisering, dat ingewikkelde uitsplitsen van je trainingsblokken in fases voor kracht, hypertrofie en peak: ook geen consistent extra effect bij gemiddelde gezonde volwassenen. Twee sets of vier sets, drie keer per week of vijf keer per week, vrije bench of smith machine: het zit allemaal binnen de marges waar de cijfers ophouden iets te zeggen.

Dit is niet hetzelfde als zeggen dat het allemaal niets uitmaakt. Voor topsporters of mensen die op het randje van hun genetisch plafond zitten kunnen die details wél meetellen. Maar voor de overgrote meerderheid, mensen die fit willen worden, sterk willen blijven, of gewoon niet willen verdwijnen in hun bureaustoel, zijn die nuances ruis.

Wat dan wel?

De richtlijn legt het terug naar twee dingen. Train alle grote spiergroepen minstens twee keer per week, en blijf daar maandenlang mee bezig. Daarmee heb je negentig procent te pakken van wat met krachttraining te halen valt. Eén keer per week werkt ook nog en kan onder bepaalde voorwaarden volstaan, zoals we eerder schreven over het minimum aan sets dat je nodig hebt voor spiergroei, maar twee keer is de veilige bovengrens van het rendement.

Wat de onderzoekers wel benadrukken: de inspanning telt. Niet tot op de laatste rep, maar wel zo dat je de laatste paar herhalingen merkt. Vijf reps met een halter die net zo zwaar voelt als je sleutelbos doet niets. Daar zit de echte ondergrens.

Waarom de fitness-industrie hier toch over blijft praten

Een eerlijke richtlijn die zegt "doe gewoon iets, twee keer per week, een paar maanden achter elkaar" verkoopt geen abonnementen op trainingsapps. Ook geen YouTube-views, geen suppletieflesjes en geen periodisatie-spreadsheets van vijf euro per stuk. Hoe ingewikkelder het advies, hoe meer er valt te verkopen rond dat advies.

Dat is niet kwaad bedoeld van influencers, het is gewoon hoe aandacht werkt. Een nieuwe variatie op de squat genereert clicks, een artikel met de strekking "doe gewoon je oefeningen door, met inzet, twee keer per week" niet.

Wat dit niet betekent

De studie zegt nadrukkelijk niet dat techniek niet uitmaakt. Een squat met een verkeerde rugpositie blijft gevaarlijk, ook als hij statistisch gemiddeld even effectief is als een squat met goede vorm. Veiligheid en blessurepreventie staan los van de prestatie-vergelijking.

De studie zegt ook niet dat persoonlijke voorkeur geen rol speelt. Sterker nog, dat is misschien de belangrijkste onderliggende boodschap: het beste schema is het schema dat je over een jaar nog steeds doet. Of dat nu calisthenics is, een sportschoolabonnement, of weerstandsbanden in je woonkamer (zie ook ons stuk over waarom full-body trainingen vaak meer opleveren dan een gesplitst schema).

Wat dit morgenochtend voor je betekent

Concreet: stop met je af te vragen welk schema "optimaal" is. Pak het schema dat je leuk genoeg vindt om over drie maanden ook nog te volgen. Doe twee tot drie sessies per week, raak in elke sessie alle grote spiergroepen aan, ga zwaar genoeg dat je inspanning levert, en herhaal dat een half jaar lang.

De rest is detail. Niet onbelangrijk als je al jaren serieus traint en op zoek bent naar de laatste twee procent winst, maar voor iedereen daarbuiten een afleiding. Het volledige Position Stand is ondertussen het grootste wetenschappelijke werk over krachttraining ooit, en het zegt eigenlijk iets heel kalmerends. Je hoeft het niet perfect te doen om sterker te worden. Je moet het gewoon doen.

T
Geschreven door Twan Hermans Fitness & health redacteur

Twan is sportfysiotherapeut die zijn praktijkervaring combineert met een schrijftalent dat hij pas op zijn dertigste ontdekte toen hij uit frustratie een blog begon over slechte trainingsadviezen op social media. Hij schrijft over training, blessurepreventie en hoe je als gewone Nederlander fit kunt worden zonder elke ochtend om vijf uur op te staan of je hele sociale leven op te geven. Hij test alles zelf uit, inclusief de pijnlijke fases, en deelt de resultaten met een eerlijkheid die personal trainers op Instagram nerveus maakt. Zijn meest gelezen artikel gaat over waarom je die ene oefening die je op TikTok zag waarschijnlijk verkeerd doet, en dat stuk leverde hem zowel fans als boze reacties op. In het weekend speelt hij voetbal bij een amateurclub waar hij ook de onofficiële clubfysiotherapeut is, onbetaald maar onmisbaar.