Voeding & Dieet

Zuivel schrappen levert de meeste sporters weinig op

· 4 min leestijd

Op steeds meer plekken in de sportwereld duikt hetzelfde bericht op: atleten die hun melk, yoghurt en kaas de deur uit doen. De redenen wisselen, van een opgeblazen gevoel na de training tot het idee dat zuivel ontstekingen in het lijf aanwakkert. Op TikTok wordt het gebracht als de nieuwe herstelhack, in de sportschool hoor je het steeds vaker bij het koffieapparaat. Maar helpt het schrappen van zuivel je daadwerkelijk beter presteren, of loop je vooral iets mis?

Waarom sporters zuivel laten staan

Er zijn grofweg drie redenen waarom sporters zuivel schrappen. De eerste is een opgeblazen gevoel of krampen na het drinken van melk, wat mensen al snel toeschrijven aan lactose-intolerantie. De tweede is de gedachte dat zuivel ontstekingen veroorzaakt en daarmee herstel vertraagt. De derde is puur imitatiegedrag: een bekende hardloper of bodybuilder laat het weten op social media, en duizenden volgers doen hetzelfde zonder zelf te testen of het bij hen ook werkt.

Dat laatste is het lastigste punt. Wat voor een topsporter met een uitgekiend voedingsschema werkt, zegt weinig over wat jij nodig hebt na een avondje trainen in de sportschool om de hoek.

Lactose-intolerantie komt minder vaak voor dan gedacht

Een opgeblazen gevoel na een glas melk voelt overtuigend, maar is lang niet altijd lactose-intolerantie. Veel klachten ontstaan door te veel melk in één keer, door een gevoelige darm die toch al van slag is door intensief sporten, of gewoon door iets anders in de maaltijd. Echte lactose-intolerantie stel je vast met een ademtest bij de huisarts, niet door een paar keer buikpijn na het ontbijt.

Wie zonder diagnose zuivel schrapt, mist bovendien een makkelijke bron van eiwitten die precies aansluit bij wat sporters nodig hebben. Kwark en Griekse yoghurt bevatten veel caseïne, een langzaam verteerbaar eiwit dat je spieren juist 's nachts van bouwstoffen voorziet. Hoe eiwitrijk een product daadwerkelijk is, staat trouwens niet altijd correct op het etiket: wat er echt achter een high protein-label schuilgaat valt vaak tegen zodra je de kleine lettertjes leest.

Klopt het dat zuivel ontstekingen veroorzaakt

Dit is het argument dat het hardnekkigst standhoudt, en het is precies het argument waar het wetenschappelijk bewijs het minst in meegaat. Een meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken onder gezonde volwassenen liet zien dat zuivel geen ontstekingsbevorderend effect heeft, en in een deel van de studies zelfs een licht ontstekingsremmend effect. Bij sporters specifiek is minder onderzoek gedaan, maar de signalen die er zijn wijzen dezelfde kant op: Griekse yoghurt na inspanning ging in een onderzoek onder voetbalsters gepaard met een gunstiger ontstekingsprofiel, niet met een slechter.

Dat betekent niet dat niemand baat heeft bij minder zuivel. Wie een echte intolerantie of allergie heeft, voelt dat verschil direct. Maar voor de gemiddelde sporter zonder diagnose is "zuivel veroorzaakt ontsteking" vooral een aanname die rondgaat, geen conclusie die uit onderzoek komt.

Wat je mist als je te snel stopt

Calcium is de eerste stof die in het gedrang komt. Volgens het Voedingscentrum draagt calcium bij aan de opbouw en het onderhoud van je botten, en zit het van nature het makkelijkst in zuivel. Sporters die veel op de been zijn, hardlopers voorop, hebben juist sterke botten nodig om blessures als stressfracturen te voorkomen. Stap je over op plantaardige alternatieven, kies dan bewust voor varianten die verrijkt zijn met calcium en vitamine B12, anders schuif je het probleem alleen door.

Ook je darmflora kan een rol spelen. Yoghurt met levende culturen levert van nature bacteriën die bijdragen aan een gezonde spijsvertering, iets dat veel mensen juist proberen te bereiken met een potje probiotica achteraf. Het is goed om te weten wat probiotica wel en niet oplossen voor je spijsvertering voordat je een natuurlijke bron inruilt voor een supplement dat misschien minder doet dan de verpakking belooft.

Zo test je of zuivel echt de boosdoener is

In plaats van in één keer alle zuivel te schrappen, helpt het om het gericht uit te proberen. Laat twee tot drie weken alle zuivel staan en houd bij hoe je je voelt, hoe je herstelt en hoe je maag reageert op trainingsdagen. Voeg daarna één product per keer weer toe, met een paar dagen ertussen, en let op wat er verandert. Zo zie je zwart op wit of het probleem echt bij melk of kaas ligt, of dat er iets anders speelt, zoals te weinig vezels, te weinig water, of simpelweg stress rond een drukke trainingsperiode.

Let ook op andere signalen die vaak los staan van voeding maar wel je herstel beïnvloeden. Een tekort aan vitamine D bijvoorbeeld, waarvan bekend is dat het je sprintkracht kan aantasten, wordt vaak verward met een voedingsprobleem terwijl het om te weinig buitenlicht gaat. Wie zuivel schrapt zonder die vitamine D elders te compenseren, stapelt twee tekorten op elkaar.

Waar je op let voordat je zuivel schrapt

Er is niets mis mee om minder zuivel te eten, zolang je weet waarom je het doet en wat je ervoor terugkrijgt. Heb je een aangetoonde intolerantie, dan is schrappen logisch. Voel je je gewoon beter zonder, prima, luister naar je lichaam. Maar doe het niet omdat een video het beloofde, en vul de calcium, eiwitten en probiotica die je normaal uit zuivel haalde bewust aan met iets anders. Dat is het verschil tussen een weloverwogen keuze en een trend die je op termijn meer kost dan oplevert.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.