Voeding & Dieet

Je sportdrank vol elektrolyten helpt minder dan je denkt

· 6 min leestijd

Elektrolytendranken zijn niet meer weg te denken uit de sportwereld. Merken als LMNT, Nuun en Precision Hydration bouwen een miljardenmarkt op met als belofte: betere hydratatie, minder krampen en meer energie. Het idee klinkt logisch - je zweet mineralen uit, dus je vult ze aan. Maar wat zegt de wetenschap hier eigenlijk over? Voor de meeste sporters is het antwoord minder opwindend dan de verpakking doet vermoeden.

Wat je lichaam verliest als je zweet

Zweet bestaat voor het overgrote deel uit water, aangevuld met een kleine hoeveelheid elektrolyten. Natrium is de belangrijkste: per liter zweet verlies je gemiddeld 400 tot 1000 milligram, afhankelijk van hoe zwaar je zweet. Daarna volgen kleinere hoeveelheden kalium, magnesium en chloride. Bij een uur matige training verlies je zo'n 500 tot 1000 ml vocht in totaal.

Dat klinkt als veel, maar je lichaam is een opmerkelijk slim systeem als het aankomt op het reguleren van vloeistof en mineralen. Je nieren filteren voortdurend wat te veel is en houden vast wat nodig is. Zolang je normaal eet en daarna wat drinkt, corrigeert je lijf het meeste tekort vanzelf. Volgens gegevens van de Stichting Orthokennis verliezen zelfs intensieve sporters tijdens een uur training niet zoveel natrium dat supplementatie voor iedereen nodig is.

De mythe van krampen en zout

Het populairste argument voor elektrolytendranken is het voorkomen van krampen. Wie last heeft van spierkramp tijdens het sporten, hoort regelmatig: "neem wat zout, dan gaat het over." Maar herhaaldelijk wetenschappelijk onderzoek trekt dat verhaal in twijfel.

Onderzoeker Martyn Schwellnus bestudeerde spierkrampen bij sporters jarenlang en concludeerde iets opmerkelijks: krampen hangen sterker samen met spiervermoeidheid en prikkeling van zenuwen dan met een tekort aan natrium of vocht. Zijn vergelijkende studie laat zien dat sporters die sneller dan gebruikelijk lopen of fietsen meer risico lopen op krampen, terwijl hun natriumwaarden volkomen normaal zijn. Het mechanisme heeft dus meer met de spier en het zenuwstelsel te maken dan met je zoutbalans, aldus het onderzoek op PubMed.

Dat verklaart ook waarom je al kramp kunt krijgen aan het begin van een intensieve training, lang voordat uitdroging uberhaupt een rol kan spelen. En het verklaart waarom een slokje ziltige sportdrank bij een kramp soms raak lijkt: even pauzeren en het placebo-effect doen waarschijnlijk meer werk dan het natrium.

Wanneer elektrolyten wel verschil maken

Er is een groep sporters voor wie extra natrium echt zin heeft - en die groep is kleiner dan de sporttassenreclame doet geloven.

Endurance-atleten die langer dan drie a vier uur aaneengesloten bewegen - bij een marathon, triathlon of ultraloop - raken zoveel natrium kwijt dat aanvulling zinvol is. Hetzelfde geldt voor sporters die opvallend veel zweten: als je na een training duidelijk zichtbare witte vlekken op je kleding hebt (uitgedroogd zout), verlies jij meer natrium dan iemand die alleen nat wordt.

Trainen in extreme hitte is een derde factor. Bij hoge temperaturen neemt het zweetverlies sterk toe, waardoor natriumverliezen ook groter worden. Doe je aan langdurige duurtraining zoals zone 2? Dan is het de moeite waard om te kijken naar je mineraalinname op lange trainingsdagen. Lees ook waarom zone 2 training zo effectief is als je meer wilt weten over de wetenschap achter duursporten.

Water doet het werk voor de meeste sporters

Voor trainingen tot 90 minuten hoef je over elektrolyten nauwelijks na te denken: water is prima. Je natrium vul je via normale voeding moeiteloos aan. Een boterham met kaas of een kom soep levert al meer natrium dan de meeste elektrolytensachets. De combinatie van gewoon voedsel en voldoende water regelt voor de gemiddelde sporter alles wat nodig is.

De meest vergeten strategie voor goede hydratatie is ook de meest voor de hand liggende: goed beginnen. Wie al voldoende gehydrateerd aan een training start, hoeft tijdens een uurtje sport nauwelijks bij te drinken om goed te presteren. Uitdroging treedt pas op na meer dan twee procent gewichtsverlies - dat haal je in een uur sport bijna nooit.

Wat wel wetenschappelijk goed onderbouwd is bij langduriger inspanning, zijn isotonische sportdranken die zowel koolhydraten als elektrolyten combineren. Die verbeteren je prestatie bij trainingen boven de 60 a 90 minuten - maar dat zit niet alleen in het natrium. De energieaanvulling speelt een minstens zo grote rol.

Niet alles wat zweet kost is hetzelfde

Een interessante vergelijking: de manier waarop je lichaam omgaat met vocht en warmte tijdens het sporten lijkt op wat er in een sauna gebeurt. Je zweet, verliest mineralen en voelt je nadien uitgeput als je niet genoeg drinkt. Toch is aangetoond dat sauna-sessies op de lange termijn gunstig zijn voor je hart en je zweetsysteem versterken. Lees hoe dat precies werkt in het artikel over de beschermende werking van de sauna. Het idee dat elke druppel zweet direct aangevuld moet worden met een mineraaldrank, geldt in beide gevallen niet.

Sporters met hoge zweetratio's, atleten die uren achter elkaar trainen en mensen die in de hitte presteren, vormen de uitzondering. Zij kunnen baat hebben bij gerichte suppletie, bij voorkeur in overleg met een sportdietist die hun persoonlijke zweetprofiel kent.

Wat je anders kunt doen

Koop je elke week een doos elektrolytensachets voor je dagelijkse uur in de gym? Dan is de kans groot dat je dat budget nuttiger kunt besteden. De basisregels voor sporthydratatie zijn simpel:

  • Drink voldoende water voor je training begint
  • Eet gevarieerd, zodat je mineralen via normale voeding binnenkrijgt
  • Drink bij een uurtje sport gewoon water
  • Overweeg een isotonische sportdrank pas boven de 90 minuten intensieve inspanning
  • Bewaar de speciale elektrolytensupplementen voor echt lange inspanning of extreme hitte

De markt voor elektrolytendranken is groot en groeit nog. Maar groot betekent niet bewezen. Voor de meeste recreatieve sporters geldt dat gewone voeding en water al het meeste werk doen - en dat de mooie verpakking met mineraallijst je eerder geld kost dan prestatievoordeel oplevert.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.