Voeding & Dieet

Steeds meer sporters melden klachten door supplementen

· 4 min leestijd

Prestatieverhogende middelen klinkt als een woord voor doping, voor het type stof dat je alleen in het profpeloton tegenkomt. Het RIVM bracht deze zomer een kennisnotitie uit die dat beeld rechtzet en het is minder geruststellend dan je zou hopen. De meeste mensen die onder deze noemer vallen, gebruiken helemaal geen anabole steroïden of EPO. Ze nemen een eiwitshake, een schepje creatine of een pre-workout voor het sporten. En juist die groep krijgt steeds vaker klachten.

Wat het RIVM ontdekte

Van de wekelijkse sporters die in 2024 weleens een prestatieverhogend middel gebruikten, gaf 15 procent aan gezondheidsklachten te hebben ervaren door dat gebruik. In 2016 was dat nog 5 procent. Van de mensen met klachten zocht 1 op de 5 medische hulp. Dat is geen verdrievoudiging door een gevaarlijker product, het gaat om dezelfde potjes eiwitpoeder en creatine die al jaren in de supermarkt en sportschoolwinkel liggen.

Het RIVM baseert de cijfers op de Leefstijlmonitor, een samenwerking tussen het RIVM, het Trimbos-instituut en het CBS. In 2024 gaf 0,6 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder aan zo'n middel gebruikt te hebben, onder wekelijkse sporters ligt dat op 0,8 procent. Klein in absolute aantallen, maar de klachten die eruit voortkomen nemen wel duidelijk toe.

Wie grijpt naar deze middelen

De typische gebruiker is een jonge man tussen de 15 en 34 jaar die aan krachtsport, fitness of voetbal doet. De redenen die zij noemen liegen er niet om: 82 procent wil beter presteren tijdens de training, 55 procent wil sneller herstellen, 39 procent wil gespierder worden en 29 procent zoekt een betere duurprestatie. Herkenbaar voor iedereen die weleens een setje pre-workout heeft gemixt voor een zware beenspiersessie.

Het probleem zit hem niet in de intentie. Beter herstellen of harder trainen is een prima doel. Het zit hem in de aanname dat een supplement automatisch veilig is omdat het geen doping heet en gewoon bij een reguliere webshop te bestellen valt. Wil je meer weten over specifieke timing van zo'n middel? Lees ook ons artikel over cafeïne-timing bij trainen, want daar zit een groot deel van het risico verstopt.

Waarom een eiwitshake toch klachten kan geven

Eerder RIVM-onderzoek naar workout-supplementen liet al zien welke klachten voorkomen: overmatig zweten, hoofdpijn, slapeloosheid, hartkloppingen en maagklachten. Dat is precies het rijtje bijwerkingen dat je krijgt bij te veel cafeïne, en de meeste pre-workoutformules zitten daar vol mee. Sommige producten bevatten 300 tot 400 milligram cafeïne per portie, meer dan drie koppen koffie, terwijl je die dag ook nog gewoon koffie drinkt of een energiedrankje pakt.

Daar komt bij dat sportvoedingssupplementen in Nederland niet vooraf worden gekeurd zoals medicijnen. Fabrikanten mogen zelf bepalen wat er op het etiket staat, en de dosering per schepje verschilt enorm tussen merken. Twee schepjes van merk A kunnen evenveel cafeïne bevatten als één schepje van merk B. Als je niet checkt wat je precies binnenkrijgt, stapel je zonder het te merken. Ook elektrolytenpoeders vallen onder deze categorie zelfregulering, iets wat ons artikel over elektrolyten tijdens het sporten ook al liet zien: niet elk drankje met een sportlabel is nodig, laat staan onschuldig in elke hoeveelheid.

De cijfers vallen waarschijnlijk nog mee

Het RIVM geeft zelf aan dat 0,6 procent van de bevolking waarschijnlijk een onderschatting is. Mensen zien een eiwitshake of pre-workout niet snel als "prestatieverhogend middel", ook al valt het volgens de definitie precies in die categorie. Eerder onderzoek naar specifiek workout-supplementen liet bij wekelijkse amateursporters tussen de 15 en 54 jaar percentages zien van 26 tot 30 procent, met klachtenpercentages tussen de 40 en 47 procent. Dat ligt fors hoger dan de nieuwe cijfers, wat erop wijst dat veel gebruikers zichzelf niet herkennen in de vraagstelling. Het RIVM verwacht bovendien dat het gebruik richting 2030 verder toeneemt, en pleit voor betere voorlichting, juist ook over cafeïnehoudende producten.

Zo supplement je zonder de klachten van dit onderzoek te worden

Check eerst het etiket op de exacte hoeveelheid cafeïne, creatine of andere actieve stof per portie, in plaats van te vertrouwen op "1 schepje" als vaste maat. Tel mee wat je die dag al binnenkrijgt via koffie, energiedrank of een tweede supplement, want cafeïne uit losse bronnen telt gewoon bij elkaar op. Bouw nieuwe producten rustig op met een halve dosis in plaats van meteen de aanbevolen hoeveelheid, zeker bij een pre-workout die je nog niet kent. En let op signalen als hartkloppingen, onrust of slapeloosheid die langer aanhouden dan een paar uur na de training, dat is precies het rijtje waar het RIVM een stijging in ziet. Twijfel je over wat je eiwitbehoefte werkelijk is voordat je naar een supplement grijpt? Dit artikel over high protein-labels laat zien dat veel mensen al genoeg eiwit binnenkrijgen zonder er iets bij te hoeven kopen. Een goed supplement kan een training net dat beetje extra geven, maar alleen als je weet wat er precies in zit en hoeveel je er eigenlijk van nodig hebt.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.