Health & Mind

Waarom je slaaptracker je nachtrust juist verpest

· 4 min leestijd

Iedereen om je heen heeft tegenwoordig wel een ringetje, een horloge of een matrasstrook die de hele nacht meekijkt. Het idee is logisch: hoe meer je weet over je slaap, hoe beter je hem kunt verbeteren. Alleen blijkt nu het tegenovergestelde te gebeuren. Mensen die hun slaap obsessief tracken slapen vaker juist slechter, en ze maken zich er meer zorgen over dan voorheen. Daar is inmiddels een naam voor: orthosomnia.

Het onderzoek dat de hype tegenspreekt

In Bergen ondervroegen Noorse onderzoekers ruim duizend volwassenen over hun gebruik van slaapapps. De helft van de groep bleek op enig moment een tracker te gebruiken. Slechts vijftien procent zei dat ze beter sliepen sinds ze hun slaap meten. Een aanzienlijk groter deel zei dat ze juist meer over hun slaap waren gaan piekeren, en bij ruim twee procent verslechterde de slaap rechtstreeks. Vooral jongvolwassenen waren gevoelig voor de schaduwzijde van het meten, ze haalden er meer voordeel uit, maar ook meer stress.

Volgens onderzoeksleider Håkon Lundekvam Berge gaat het bij die laatste groep niet om iemand die nu en dan een check doet. Het probleem zit bij mensen die elke ochtend hun score doornemen alsof het een rapportcijfer is. Wie slecht scoort, begint de dag met een rotgevoel, en wie goed scoort wordt afhankelijk van die bevestiging. National Geographic schreef dat het effect zo sterk is dat slaapartsen er inmiddels patiënten voor zien.

Wat orthosomnia precies is

De term werd in 2017 bedacht door Amerikaanse slaaponderzoekers en betekent zoveel als obsessie met perfecte slaap. Anders dan klassieke slapeloosheid komt het niet voort uit een lichamelijk probleem, maar uit een psychologisch effect: de fixatie op data gaat over de werkelijkheid heen. Iemand kan acht uur geslapen hebben en zich uitgerust voelen, maar zodra de app meldt dat de "diepe slaap" maar 12% was, kelderen het humeur en het zelfvertrouwen alsnog.

Daar zit het venijn. Hoe meer je je slaap meet, hoe meer je hem ziet als een opdracht. En slapen is geen opdracht, het gebeurt juist op het moment dat je je eraan overgeeft. Het patroon doet denken aan wat we eerder zagen bij gezonde mensen die met een glucosemeter naar hun bloedsuiker keken: meer informatie zonder klacht of context leidt vaak tot extra zorg, niet tot een betere uitkomst.

Hoe goed meet zo'n tracker eigenlijk

Je verwacht dat al die zorgen nuttig zijn als de meting ook klopt. Dat valt tegen. Slaaptrackers werken via een combinatie van bewegingssensoren, hartslag en soms een huidthermometer. Diepe slaap, REM-slaap en lichte slaap onderscheiden ze met algoritmes, geen elektrodes op je hoofd. In klinisch onderzoek lopen die schattingen tot dertig procent uit de pas met polysomnografie, de echte slaapmeting in een ziekenhuis.

Voor totale slaaptijd zijn moderne trackers redelijk nauwkeurig, voor slaapfasen en slaapkwaliteit zijn ze ronduit onbetrouwbaar. Toch is dat juist de informatie die mensen 's ochtends als eerste opzoeken. De combinatie van fraaie grafieken en wankele meetmethodes is een voedingsbodem voor zorgen die nergens op gebaseerd zijn.

Hoe Nederland slaapt zonder horloge

Ook zonder app gaat het niet goed. Volgens de Hersenstichting heeft één op de vijf Nederlanders langdurige slaapproblemen, en 63% van de mensen is ontevreden over de eigen nachtrust. De stichting drong er bij gemeenten en politieke partijen op aan om slaap als preventiethema serieus te nemen, omdat slecht slapen alleen al aan zorgkosten en verzuim minstens drie miljard euro per jaar kost.

In die context is meten verleidelijk: eindelijk weet je wat er aan de hand is. Maar weten is niet hetzelfde als oplossen. Als je elke ochtend ziet dat je slecht slaapt zonder dat de oorzaken veranderen, jaag je vooral je stresshormonen op, en juist die houden je 's nachts wakker.

Wanneer een tracker wel zin heeft

Niet iedereen hoeft zijn ring weg te leggen. Voor mensen die hun slaapritme grondig willen herstellen kan een paar weken meten helpen om patronen te herkennen. Bijvoorbeeld dat alcohol op vrijdag een week lang doorwerkt, of dat een stevige trainingssessie na 21:00 je later wakker maakt. Sporters gebruiken trackers om bij te sturen op hartslag en herstel, en zien dat als objectieve input naast hoe ze zich voelen.

Ook bij vermoede slaapapneu zijn trackers nuttig: een verlaagde zuurstofsaturatie 's nachts is een rode vlag waarmee je naar de huisarts kunt. Vergeet niet dat de juiste magnesium-aanvulling of een paar simpele leefregels vaak meer effect hebben dan een nieuwe ring. De grens? Zodra je je dag laat bepalen door je score, zit je fout. Slaapcoaches adviseren om je app maximaal één keer per week open te doen en je gevoel leidend te maken.

Wat je vanavond anders kunt doen

Je hoeft niet meteen je tracker af te doen om beter te slapen. Begin klein. Zet de schermtijd van de app uit, zodat hij stilletjes meet zonder je 's ochtends meteen te bombarderen met cijfers. Bekijk je data alleen op een vast moment in de week, bijvoorbeeld zondagavond, en niet vlak voor het slapengaan. Maak het bekijken een korte analyse, geen toetsmoment.

Verder helpen de gewone basics meer dan elk gadget. Op tijd het bed in, donker en koel slapen, geen schermen het laatste half uur, en geen alcohol als je belangrijke dagen voor de boeg hebt. Slaap is geen prestatie waarvoor je een 9 moet halen. Een goed gevoel 's ochtends is het echte rapport, en dat staat niet in een grafiek.

T
Geschreven door Twan Hermans Fitness & health redacteur

Twan is sportfysiotherapeut die zijn praktijkervaring combineert met een schrijftalent dat hij pas op zijn dertigste ontdekte toen hij uit frustratie een blog begon over slechte trainingsadviezen op social media. Hij schrijft over training, blessurepreventie en hoe je als gewone Nederlander fit kunt worden zonder elke ochtend om vijf uur op te staan of je hele sociale leven op te geven. Hij test alles zelf uit, inclusief de pijnlijke fases, en deelt de resultaten met een eerlijkheid die personal trainers op Instagram nerveus maakt. Zijn meest gelezen artikel gaat over waarom je die ene oefening die je op TikTok zag waarschijnlijk verkeerd doet, en dat stuk leverde hem zowel fans als boze reacties op. In het weekend speelt hij voetbal bij een amateurclub waar hij ook de onofficiële clubfysiotherapeut is, onbetaald maar onmisbaar.