Voeding & Dieet

Meer vezels in een eiwitrijk dieet werkt soms tegen je

· 6 min leestijd

Wie meer plantaardig eet en daar extra vezels bij stopt, denkt automatisch goed bezig te zijn. Een proefschrift dat eind april in Maastricht is verdedigd, zet daar een vraagteken bij. Bij mensen met overgewicht en een verstoorde insulinegevoeligheid bleek juist de groep mét extra vezels achteruit te gaan op precies de waardes waar je vooruitgang verwacht.

Het gaat niet om vezels uit hun geheel, maar om een specifieke supplementmix bovenop een dieet dat al rijk was aan plantaardige eiwitten. En dat verschil is precies waar dit onderzoek pijnlijk wordt voor de hype rond meer-is-altijd-beter.

Wat de Maastrichtse studie testte

Onderzoeker Colin van Kalkeren volgde twaalf weken lang een groep volwassenen met overgewicht of obesitas en een verminderde insulinegevoeligheid. Iedereen kreeg hetzelfde eetpatroon voorgeschreven: relatief veel eiwit, deels uit plantaardige bronnen zoals peulvruchten, en minder rood vlees. De ene helft kreeg daar bovenop dagelijks een vezelmix van aardappelvezel en suikerbietpectine. De andere helft niet.

Het idee achter die mix was logisch op papier. Beide vezelsoorten fermenteren laat in de dikke darm, juist op de plek waar gunstige korteketenvetzuren ontstaan. In theorie betekent dat een betere darmbarrière, minder ontsteking en een soepelere bloedsuikerregulatie.

De groep zonder supplementen presteerde beter

Na drie maanden ging de eiwitrijke plantaardige groep zonder vezelsupplement vooruit. Hun insulinegevoeligheid verbeterde, hun stofwisseling reageerde gunstiger op maaltijden. Bij de groep mét de vezelmix zag van Kalkeren het tegenovergestelde: hun insulinegevoeligheid daalde, ontstekingsmarkers stegen en hun darm werd doorlatender, niet minder.

Dat is niet zomaar een nuance. Een groter eiwitaandeel uit planten was juist bedoeld om iemand met prediabetes vooruit te helpen. Door er een dosis "gezonde" vezels overheen te gooien, kantelde dat effect bij deze groep.

Waarom de combinatie wringt

De verklaring die uit het proefschrift komt is dat plantaardige eiwitten en deze specifieke vezels in de darm met dezelfde bacteriegroepen aan de slag gaan. Het ene voer concurreert met het andere. Bij iemand met een al wankele insulinegevoeligheid kan dat ertoe leiden dat de darmwand minder goed dichtgehouden wordt en dat ontstekingsstoffen makkelijker doorlekken naar het bloed. In gezonde proefpersonen zou dezelfde mix waarschijnlijk amper iets doen, maar deze studie keek juist naar de groep waarvoor zo veel voedingsadviezen bedoeld zijn.

Dat de wisselwerking tussen vezels, plantaardige eiwitten en darmbacteriën complexer is dan de algemene "eet meer vezels"-boodschap suggereert, sluit aan bij eerder onderzoek dat honderd specifieke darmbacteriën koppelt aan je gezondheidsprofiel. Wat in jouw darm leeft bepaalt mede hoe een vezelsupplement uitpakt.

Niet alle vezels zijn hetzelfde

Belangrijk om te zien: dit onderzoek ging over een geïsoleerde supplementmix, niet over groente, fruit, peulvruchten of volkorenproducten. Vezels uit hele voedingsmiddelen komen samen met water, micronutriënten en een matrix die de fermentatie geleidelijker maakt. Een glas met aardappelvezel en bietpectine erin is een veel directere lading voor de darm dan een bord linzen met groente.

De Gezondheidsraad blijft daarom adviseren om je 30 tot 40 gram vezels per dag uit voeding te halen, niet uit poeders. Dat advies komt uit dit onderzoek alleen maar sterker, niet zwakker.

Wat dit zegt over de fibermaxxing-trend

Op TikTok en in fitnessfora is fibermaxxing al een tijdje populair: zoveel mogelijk vezels per dag stapelen, vaak via psyllium, inulinepoeder of vezelreepjes. Eerder schreven we al dat fibermaxxing in de eerste week vaak averechts werkt op je spijsvertering. De Maastrichtse studie laat zien dat dat in een specifieke groep ook bij langduriger gebruik kan blijven gelden, met effecten die verder gaan dan een opgeblazen gevoel.

Dat betekent niet dat iedereen die af en toe een lepel psyllium door de yoghurt roert in problemen komt. Het betekent wel dat het idee "meer vezels is per definitie gezonder" niet houdbaar is. Vooral niet als je al moeite hebt met je bloedsuiker, je suppletie stapelt op een dieet dat al hoog in plantaardig eiwit is, of je darmflora om welke reden dan ook uit balans is.

Dit is wat je morgen anders doet

Drie concrete dingen om mee te nemen. Eén: als je een eiwitrijk plantaardig eetpatroon volgt, hoef je daar geen vezelsupplement bovenop te leggen om "het af te maken". Je krijgt al ruim voldoende vezels binnen via de peulvruchten, volkoren en groente die het patroon dragen.

Twee: kies bij vezelinname voor variatie uit hele voedingsmiddelen, niet voor één geïsoleerde poedervorm. Havermout, peulvruchten, noten, fruit en groente leveren samen een breder vezelprofiel dan welk supplement dan ook.

Drie: voel je dat je darm anders reageert dan verwacht na het opvoeren van vezels, neem dat serieus. Klachten als oplopende vermoeidheid, slecht slapen of een instabiele bloedsuiker kunnen een teken zijn dat de combinatie van wat je eet en wat je suppleert niet voor jouw lichaam werkt. Een diëtist of arts kan dan beter inschatten of je moet bijsturen, zeker als je al iets weet over insulineresistentie of prediabetes. Verdere achtergrond op dit Maastrichtse onderzoek staat in een uitgebreid verslag op Nieuws voor Diëtisten.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.