Voeding & Dieet

Hardlopers en sporters krijgen sneller ijzertekort dan ze denken

· 6 min leestijd

Je slaapt genoeg, traint consistent, eet gezond - en toch voel je je vaak uitgeput na de training. Je hartslag schiet sneller omhoog dan vroeger, je herstel duurt langer. Wat de meeste sporters dan doen: meer slapen, vaker rusten, supplementen zoeken. Wat ze zelden doen: hun ijzerwaarden laten meten. Dat is een gemiste kans, want ijzertekort komt bij sporters twee tot drie keer vaker voor dan bij mensen die weinig bewegen.

Wat ijzer in je lijf doet

IJzer is het mineraal waarmee je rode bloedcellen hemoglobine aanmaken. Hemoglobine vervoert zuurstof van je longen naar je spieren. Minder hemoglobine betekent minder zuurstof per hartslag, en dat merk je: snellere hartslag bij dezelfde inspanning, een lagere VO2 max, trager herstel na een zware sessie. Wil je weten hoe groot die impact kan zijn? Je VO2 max zegt meer over je conditie dan je bloeddruk, en een laag hemoglobine drukt die waarde sneller omlaag dan je denkt.

Er zijn twee vormen van ijzertekort. De bekendste is bloedarmoede (anemie), waarbij hemoglobine te laag zit. Maar vlak daarvoor zit een fase die minstens zo relevant is voor sporters: ferritinetekort. Ferritine is de opslagvorm van ijzer in je lever. Als die voorraad slinkt - maar je hemoglobine nog normaal is - presteer je al merkbaar minder. Een standaard bloedtest bij de huisarts meet niet altijd ferritine. Vraag er expliciet om.

Volgens het Voedingscentrum hebben volwassen vrouwen dagelijks 15 mg ijzer nodig, mannen 11 mg. Sporters - zeker duursporters - hebben meer nodig door verhoogd verlies via zweet en andere mechanismen.

Waarom sporters extra risico lopen

Drie mechanismen maken sporters kwetsbaarder dan anderen.

Foot strike hemolyse treft met name hardlopers: bij elke voetlanding op een harde ondergrond knappen kleine hoeveelheden rode bloedcellen. Bij 40 kilometer per week telt dat op. Het proces gaat langzaam, merkbaar pas na maanden van opgebouwd tekort.

Zweet bevat ook ijzer. Niet veel per druppel, maar bij intensief trainen en flink zweten - zeker in de zomer - loopt het maandelijks op.

Menstruatie is verreweg de grootste risicofactor bij vrouwen die sporten. Ze verliezen maandelijks aanzienlijk meer ijzer dan via voeding wordt aangevuld, zeker bij een vezelrijk dieet met weinig rood vlees. Studies wijzen uit dat tot een derde van de actief sportende vrouwen een te laag ferritine heeft zonder het te weten.

Mannen lopen minder risico, maar zijn niet immuun. Bij hen speelt de combinatie van intensief duursporten (triatlon, marathon) en weinig ijzerrijke voeding de grootste rol.

Hoe je een ijzertekort herkent

De klachten zijn vaag genoeg om ze aan slaaptekort, overtraining of stress toe te schrijven. Dat is precies het probleem - ze worden zelden als eerste aan ijzer gekoppeld.

Typische signalen:

  • Aanhoudende vermoeidheid, ook na voldoende rust
  • Hogere rusthartslag dan normaal voor jou
  • Kortademigheid bij inspanning die vroeger probleemloos ging
  • Concentratieproblemen en vaker hoofdpijn
  • Bleke huid of bleke slijmvliezen (binnenkant oogleden)
  • Koud gevoel in handen en voeten, ook buiten de training

Geen van deze klachten wijst specifiek op ijzertekort. Alleen een bloedtest geeft zekerheid. Vraag je huisarts om ferritine en hemoglobine samen te meten. Een ferritinewaarde onder de 30 microgram per liter is voor actieve sporters al problematisch; sportartsen hanteren vaak 50 of zelfs 70 als ondergrens.

Welke voeding je ijzerwaarde ophoogt

IJzer in voeding bestaat in twee vormen. Heemijzer, uit rood vlees en orgaanvlees, neemt je lichaam makkelijk op: 15 tot 35 procent van wat je eet komt daadwerkelijk in je bloed. Non-heemijzer, uit plantaardige bronnen, haalt een opname van 2 tot 20 procent - afhankelijk van wat je er naast eet.

Goede plantaardige ijzerbronnen:

  • Linzen en kidneybonen (5-7 mg per 100 gram gekookt)
  • Pompoenpitten (8 mg per 100 gram)
  • Spinazie (3,6 mg per 100 gram rauw)
  • Tofu (3 mg per 100 gram)
  • Havermout (2 mg per 100 gram)

Als je weinig rood vlees eet maar wel veel sport, zijn peulvruchten een van de slimste keuzes om je ijzerinname op peil te houden.

Twee regels voor betere opname:

  1. Eet vitamine C naast je ijzerbronnen. Een glas sinaasappelsap bij je linzensoep, of paprika door je spinaziesalade, verdriedubbelt de opname van non-heemijzer.
  2. Vermijd thee, koffie en zuivel bij je ijzerrijke maaltijd. Tannines in thee en calcium in melk remmen de opname. Wacht minimaal een uur voor of na.

Supplementeren: wanneer wel, wanneer niet

Veel sporters grijpen na een paar weken vermoeidheid meteen naar ijzersupplementen. Dat is niet altijd verstandig. Te veel ijzer is schadelijk en geeft klachten als constipatie, misselijkheid en - bij structurele overbelasting - meer kans op oxidatieve schade aan weefsels.

Supplementeren heeft alleen zin als een bloedtest laat zien dat ferritine of hemoglobine daadwerkelijk te laag zit. In overleg met je huisarts of sportarts is ijzer(II)sulfaat (tweewaardig ijzer) effectiever dan de meeste vrij verkrijgbare supplementen uit de drogist. Neem het op een lege maag, met een glas sinaasappelsap - en niet tegelijk met je eiwitshake of sportdrank.

Dit is wat je vandaag anders kunt doen

Herken je meerdere klachten van hierboven en sport je regelmatig? Vraag je huisarts om ferritine en hemoglobine te meten - dat kost minder dan een uur van je tijd en kan verklaren waarom herstel na de training trager verloopt dan gewenst.

Voor dagelijkse preventie geldt: gevarieerde voeding werkt beter dan inzetten op een enkel superfood. Een portie rood vlees twee keer per week, gecombineerd met peulvruchten en groenten die vitamine C bevatten, houdt je ijzervoorraden bij de meeste actieve mensen op peil. Geen radicale aanpak nodig - alleen iets meer bewustzijn over een mineraal waar sporters te weinig op letten.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.