Voeding & Dieet

Niet 10.000 maar 8.500 stappen voorkomt het jojo-effect

· 6 min leestijd

Het cijfer zat tien jaar lang in de hoofden van iedereen die afviel: 10.000 stappen per dag. Een meta-analyse die deze week op het Europees obesitascongres in Istanboel wordt gepresenteerd, schuift dat getal opzij. Een internationaal team onder leiding van professor El Ghoch heeft achttien klinische studies samengelegd en komt uit op een lagere drempel die toch het verschil maakt tussen je gewichtsverlies vasthouden of jojoën: ongeveer 8.500 stappen.

Waarom 80 procent na een dieet weer aankomt

Wie afvalt, komt vaak weer aan. Rond de tachtig procent van de mensen met overgewicht of obesitas die kilo's verliezen, ziet binnen drie tot vijf jaar (een deel van) dat gewicht terugkomen. Diëten zelf zijn niet het probleem; het volhouden is dat wel. Onderzoekers proberen al jaren te begrijpen welke gedragsfactor het verschil maakt tussen mensen die hun nieuwe gewicht vasthouden en mensen die langzaam terugschuiven.

De nieuwe analyse, afkomstig van een internationaal team uit Italië en Libanon, bekeek achttien gerandomiseerde studies die deelnemers volgden tijdens en na een afvalprogramma. De rode draad in al die data was simpel: het aantal dagelijkse stappen voorspelt of iemand zijn winst behoudt, niet de aanvankelijke gewichtsval zelf.

Het magische getal valt lager uit dan je dacht

Tot nu toe richtte vrijwel elke gezondheidsapp zich op die ronde 10.000. Dat getal komt uit een Japanse marketingcampagne voor een stappenteller in de jaren zestig, niet uit klinisch onderzoek. Sinds de jaren tien duwen wetenschappers er steeds harder tegenaan dat die norm willekeurig is. De ECO-analyse zet daar nu een gefundeerd alternatief tegenover: rond de 8.500 stappen levert het meeste rendement op voor mensen die net hebben afgevallen.

Belangrijk detail: de winst zit niet alleen in de cijfers na het dieet. Deelnemers die hun stappen al opvoerden tíjdens hun afvalprogramma, en dat niveau daarna vasthielden, hadden de grootste kans op stabiel gewicht. Wie pas ging wandelen toen de kilo's eraf waren, profiteerde minder. Dat past bij wat sportwetenschappers al langer zeggen: gedrag bouwt zich op in een veranderfase, niet erna.

Wat 8.500 stappen praktisch betekent

Voor een gemiddelde volwassene staat 8.500 stappen gelijk aan zes tot zeven kilometer wandelen. Dat klinkt veel, maar valt uiteen in stukken die de meeste mensen ergens in hun dag al maken: woon-werkverkeer, een rondje met de hond, een lunchwandeling, even naar de supermarkt. Wie op een gewone werkdag rond de 5.000 stappen haalt, mist er nog 3.500. Dat zijn dertig tot veertig minuten extra wandelen, verdeeld over de dag.

Een paar concrete grepen die het verschil maken zonder dat je je leven omgooit:

  • Stap bij het openbaar vervoer een halte eerder uit en loop het laatste stuk.
  • Pak na het avondeten een rondje van twintig minuten, alleen of met huisgenoten.
  • Vervang één korte autorit per dag door de fiets of de voeten.
  • Plan vergaderingen die staand of wandelend kunnen ook echt zo in.

Niet elke stap telt hetzelfde

De studie zegt iets over volume, niet over intensiteit. Maar ander onderzoek voegt daaraan toe dat tempo wel degelijk meedoet. Wie zijn 8.500 stappen aflegt in een ritme waarin praten nog kan maar zingen niet meer, krijgt er een hartslagprikkel bij die je alleen op stappentellen niet krijgt. Voor wie er nog iets bovenop wil doen: een korte uitbarsting traplopen tussendoor heeft zelfs binnen één minuut effect op alertheid en stemming.

Tegelijk hoef je niet elke wandeling te meten. Steeds meer mensen laten hun horloge bewust thuis en presteren daar prima mee. Een richtlijn is geen verplichte score: 8.500 is een gemiddelde dat in de meta-analyse de beste kans op gewichtsbehoud gaf, geen grens waaronder al je werk voor niets is.

Waarom wandelen werkt waar veel sport faalt

Een belangrijk punt van de onderzoekers: wandelen werkt niet vooral omdat het calorieën verbrandt. De energie-uitstoot van 8.500 stappen ligt rond de driehonderd kilocalorieën, dat is een handjevol noten. De winst zit elders. Wandelen houdt de insulinegevoeligheid hoog, breekt sedentair gedrag op, en geeft het beloningssysteem in je hoofd een dagelijkse hit zonder dat je er iets voor opoffert. Dat laatste is misschien het belangrijkste: succesvolle gewichtsbehouders zeggen vaak dat hun wandelritueel iets is dat zij waarderen, geen kwelling die ze afvinken.

Dat verklaart waarom alleen hard sporten vaak niet volstaat om weer aankomen tegen te gaan. Stress-eters profiteren bijvoorbeeld het minst van Ozempic, omdat hun eetdrang losstaat van hun energiebehoefte. Voor hen, en voor de gemiddelde afvaller, is een dagelijks wandelritueel waarschijnlijk effectiever dan een extra zware training per week.

Wat dit verandert aan de boodschap

De 10.000-norm zit zo diep in apps, gezondheidsadviezen en bedrijfsprogramma's dat hij niet snel verdwijnt. Maar wie afvalt of net is afgevallen, mag de lat een tikje lager leggen. Niet véél lager: 5.000 stappen blijkt opnieuw te weinig om jojo te voorkomen, zo bleek uit eerdere studies waar het team naar verwijst. Het optimum ligt in een vrij smalle band rond de 8.500. Onder dat aantal stijgt de kans op terugkomende kilo's snel; boven de 10.000 vlakt de extra winst af.

Daarmee is het nieuws minder een opdracht om méér te wandelen en meer een geruststelling: een korter doel haalbaar maken vergroot de kans dat je het écht volhoudt. En dat is, volgens vrijwel alle obesitasonderzoekers van dit moment, de enige variabele die er echt toe doet.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.