Een blokje om lijkt weinig met je hersenen te maken te hebben. Toch ontdekten onderzoekers van UC San Francisco dit jaar een mechanisme dat verklaart waarom actieve mensen op oudere leeftijd vaak een scherper geheugen houden. De sleutel ligt niet in je hersenen zelf, maar in een orgaan waar je nooit aan denkt als het om sporten gaat: je lever. Wetenschappers zoeken al decennia naar een verklaring voor waarom bewegen dementie lijkt uit te stellen. Deze twee onderzoeken, gepubliceerd in dezelfde maanden van dit jaar, geven voor het eerst een concreet mechanisme in plaats van alleen een statistisch verband.
Je lever blijkt een verrassende hoofdrol te spelen
Het onderzoeksteam, geleid door Saul Villeda, ontdekte dat sporten de lever aanzet tot het aanmaken van een enzym genaamd GPLD1. Dat enzym komt in je bloed terecht en reist naar de bloedvaten rond je hersenen. Daar ruimt het een eiwit op dat de bloed-hersenbarrière, de beschermlaag die schadelijke stoffen buiten je hersenen houdt, met de jaren lek maakt. Bij muizen met veel GPLD1 in hun bloed, opgewekt door training of door het enzym kunstmatig te verhogen, bleven de hersenbloedvaten intact en het geheugen scherp. Het bijzondere is dat GPLD1 je hersenen zelf niet eens hoeft binnen te dringen om dit effect te hebben. Het enzym werkt puur op de buitenkant van de bloedvaten. De publicatie verscheen in februari in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience.
Wat deze ontdekking extra interessant maakt, is dat oudere muizen met kunstmatig verhoogde GPLD1-waarden dezelfde bescherming kregen als muizen die daadwerkelijk trainden. Dat opent de deur naar medicijnen die het effect van bewegen nabootsen voor mensen die zelf niet kunnen sporten. Voor gezonde lezers verandert dat weinig: bewegen blijft voorlopig de enige manier om je eigen lever dit enzym te laten aanmaken. Een pil die hetzelfde doet, is op zijn vroegst over jaren te verwachten en moet eerst nog bij mensen worden getest.
Je brein reageert al tijdens de training
Terwijl het levermechanisme vooral iets voor de lange termijn is, blijkt je brein al binnen een enkele trainingssessie te veranderen. Onderzoekers van de Universiteit van Iowa maten voor het eerst bij mensen wat er in de hippocampus gebeurt zodra je gaat bewegen: een toename van zogeheten ripples, korte golfjes in de hersenactiviteit die de hippocampus verbinden met de gebieden die betrokken zijn bij leren en geheugen. Die ripples ontstaan normaal vooral in rust of slaap, wanneer je brein herinneringen verwerkt en opslaat. Dat ze ook tijdens en direct na het sporten toenemen, suggereert dat een training letterlijk het moment is waarop je brein alvast begint met het vastleggen van nieuwe informatie. De bevindingen van de universiteit laten zien dat dit effect al meetbaar is na één training, niet pas na weken trainen.
Hoeveel beweging heb je hiervoor nodig
Je hoeft voor dit soort effecten geen marathon te lopen. Onderzoek naar hersenveroudering laat zien dat deelnemers die een jaar lang regelmatig matig intensieve cardio deden, zoals stevig wandelen of fietsen, een brein overhielden dat bijna een jaar jonger oogde dan dat van leeftijdsgenoten die niets aan hun gewoontes veranderden. Drie tot vijf keer per week een half uur bewegen op een tempo waarbij je nog kunt praten maar niet meer kunt zingen, blijkt in meerdere studies al genoeg om het verschil te maken. Wil je weten hoeveel training je lichaam op langere termijn nodig heeft, lees dan ook ons artikel over de hoeveelheid krachttraining die telt voor een langer leven.
Dit is nog vooral dierenonderzoek
Een kanttekening die je niet mag overslaan: het GPLD1-mechanisme is aangetoond bij muizen, niet bij mensen. Dat betekent niet dat het effect bij mensen ontbreekt, want eerder onderzoek liet al vaker zien dat menselijke en muizenbreinen op dit soort processen sterk overeenkomen, maar het bewijs voor een directe ingreep bij mensen ontbreekt nog. De Iowa-studie naar hersenripples werd wel al bij mensen uitgevoerd, dus die twee onderzoekslijnen vullen elkaar eerder aan dan dat ze hetzelfde bewijzen. Het is verleidelijk om meteen te concluderen dat een leverenzym dé verklaring is voor waarom sporters minder vaak dementie krijgen, maar zo simpel ligt het nog niet. Wat wel al langer vaststaat, is dat voeding en beweging elkaar hierin versterken. Zo blijkt wat je eet je brein minstens zo goed te beschermen als wat je traint.
Dit is wat je er vanaf vandaag mee doet
Je hoeft niet op onderzoek bij mensen te wachten om hier iets mee te doen. De basisboodschap van beide studies is dezelfde als wat sportartsen al jaren zeggen: regelmaat wint het van intensiteit. Een korte wandeling tussen twee werkafspraken door zet volgens de Iowa-onderzoekers al hersenactiviteit in gang die met geheugen te maken heeft. Vier keer per week matig intensief bewegen doet op de lange termijn meer voor je brein dan twee keer per week een uitputtende training waarna je drie dagen stijf bent. Wie dit wil combineren met slimmer herstellen, kan ook kijken naar waarom vaker sporten je hoofd beter beschermt dan hard trainen. Je lever doet intussen, zonder dat je er iets van merkt, stilletjes mee.