Voeding & Dieet

Rijst en chocola bevatten meer zware metalen dan je denkt

· 5 min leestijd

Rijst met arseen, chocolade met cadmium, spinazie met lood: het klinkt als een horrorlijstje, maar het is gewoon de werkelijkheid van bodem en voeding. Zware metalen zitten van nature in de grond en komen via gewassen op je bord terecht. De vraag is niet of ze in je eten zitten, want dat doen ze bijna altijd in kleine hoeveelheden. De vraag is of de hoeveelheid die jij binnenkrijgt er daadwerkelijk toe doet.

Wat er precies in je eten zit

De vier metalen waar voedingswetenschappers het meest naar kijken zijn lood, cadmium, arseen en kwik. Rijst neemt relatief veel anorganisch arseen op uit water en bodem, wat verklaart waarom rijstwafels en rijstmelk voor kinderen apart worden beoordeeld. Cacao en chocolade bevatten vaak cadmium, met name uit Zuid-Amerikaanse cacaobonen die in vulkanische grond groeien. Bladgroenten zoals spinazie en sla nemen makkelijk lood en cadmium op uit verontreinigde bodem, en schaal- en schelpdieren kunnen kwik bevatten door bioaccumulatie in de voedselketen.

Dat klinkt verontrustend, maar de hoeveelheden per portie zijn doorgaans laag. Het Voedingscentrum houdt daarom geen lijst met producten om te vermijden, maar kijkt naar de totale blootstelling over een lange periode.

Waarom de optelsom telt, niet het ene product

Hier zit de kern van het probleem. Eén keer rijst eten levert geen meetbare schade op. Het risico ontstaat pas als je jarenlang, elke dag, een stapeling van kleine beetjes uit meerdere bronnen binnenkrijgt: rijst bij de lunch, chocolade toe, spinazie bij het avondeten, drinkwater ertussendoor. RIVM onderzocht de gecombineerde blootstelling aan cadmium, lood, arseen en kwik bij volwassenen in tien Europese landen, Nederland inbegrepen, en concludeerde dat die optelsom in alle onderzochte landen hoger uitviel dan wenselijk. Op de lange termijn kan dat nierschade in de hand werken.

Opvallend detail: in Nederland komt het grootste deel van je cadmiuminname niet uit exotische producten, maar uit graan, groente, fruit en aardappelen. Samen zijn die verantwoordelijk voor zo'n 80 procent van je cadmiumblootstelling. Niet omdat die producten extreem vervuild zijn, maar omdat je er zoveel van eet dat kleine hoeveelheden zich opstapelen.

Wat de wetgeving al voor je regelt

De EU stelt sinds jaren maximale gehaltes vast voor lood, cadmium, kwik en arseen in specifieke productgroepen: granen, rijst, groente, vlees, orgaanvlees en vis. Sinds 2019 vallen ook chocolade en cacaopoeder onder deze normen, met strengere grenzen voor producten die vaak door kinderen worden gegeten. Voor rijst en rijstproducten voor baby's geldt een aparte, lagere norm voor anorganisch arseen dan voor rijst voor volwassenen. Dat betekent dat een product dat legaal in de winkel ligt, per definitie binnen de veiligheidsmarge valt die toezichthouders hanteren, met een ruime buffer richting het niveau waarbij daadwerkelijk gezondheidsschade optreedt.

Dat wetgevingskader verandert niks aan het advies om te variëren. Sterker nog, het is precies de reden waaróm variëren werkt: als elk product zijn eigen kleine hoeveelheid metalen bijdraagt, zorgt afwisseling ervoor dat je nooit te veel van dezelfde bron binnenkrijgt. Dat principe geldt trouwens ook voor de eiwitbronnen die je kiest, waar spreiding over dierlijke en plantaardige bronnen sowieso al de betere keuze is.

Wat je er in de praktijk mee doet

Volledig vermijden is geen optie en ook niet nodig. Een paar aanpassingen maken wel verschil zonder dat je hele voedingspatroon op de schop moet:

  • Varieer je koolhydraatbron. Niet elke dag rijst, maar afwisselen met aardappel, quinoa, volkoren pasta of bulgur.
  • Kies bij rijst voor witte rijst boven bruine rijst als je vaak rijst eet, want de arseenconcentratie zit vooral in de buitenste lagen van de korrel.
  • Spoel rijst voor het koken en kook het in ruim water dat je daarna weggiet, dat verlaagt het arseengehalte merkbaar.
  • Geef chocolade met mate, ook al is pure chocolade met een hoog cacaopercentage voedzamer op andere vlakken.
  • Was bladgroenten grondig, vooral als ze uit eigen moestuin komen op grond waarvan je de voorgeschiedenis niet kent.

Voor wie veel eiwitrijk plantaardig eet, zoals sporters die bewust op hun eiwitinname letten, is variatie sowieso al onderdeel van een goed voedingspatroon. Hetzelfde geldt voor de manier waarop je naar vezelrijke voeding kijkt: spreiding over bronnen levert niet alleen meer voedingsstoffen op, het beperkt ook de opeenstapeling van dezelfde stof uit dezelfde bron.

Wie dit serieuzer moet nemen dan gemiddeld

Voor de gemiddelde volwassene met een gevarieerd voedingspatroon is dit geen reden tot paniek. Er zijn wel groepen waarbij het net iets meer aandacht verdient. Zwangere vrouwen, omdat lood en cadmium de placenta kunnen passeren. Jonge kinderen, omdat hun lichaamsgewicht laag is ten opzichte van wat ze eten, waardoor dezelfde hoeveelheid metaal een grotere relatieve blootstelling betekent. En mensen die om medische redenen eenzijdig eten, bijvoorbeeld veel rijst als glutenvrij alternatief zonder verdere variatie.

Voor die groepen is het advies concreet: niet stoppen met rijst of chocolade, maar bewuster spreiden over de week en de andere koolhydraatbronnen niet vergeten. Voor iedereen die gewoon gevarieerd eet, met af en toe rijst, af en toe chocolade en genoeg andere groenten en granen erdoorheen, is de blootstelling ruimschoots binnen de marge die toezichthouders als veilig beschouwen. Het is precies het soort risico waarbij de oplossing niet ligt in vermijden, maar in hetzelfde principe dat achter zoveel voedingsadvies zit: niet te veel van hetzelfde, te vaak.

E
Geschreven door Eva Monsma Voeding schrijver

Eva is voedingsdeskundige die genoeg heeft van crash-diëten, magische supplementen en influencers die beweren dat je van selderijsap kunt leven. Ze schrijft over voeding op basis van wetenschap met recepten die je daadwerkelijk wilt maken, omdat ze weet dat niemand elke dag een quinoa-bowl gaat eten hoe gezond het ook is. Haar specialiteit is uitleggen waarom dat ene superfood niet zo super is als de marketing je doet geloven, en dat doet ze met humor en zonder wijzend vingertje. Voordat ze ging schrijven werkte ze tien jaar in een ziekenhuis waar ze patiënten hielp met voedingsplannen die in het echte leven ook werkten. Haar eigen guilty pleasure is kaas, in hoeveelheden die ze als voedingsdeskundige niet hardop durft te noemen maar waar ze absoluut geen spijt van heeft.